Zeg Me Dat Het Niet Zo Is

22-12-2014

Wat een geweldige sportmannen zitten er toch in E1! Je zult maar als 10-jarig knulletje NEE zeggen tegen de verleidingen van de vrijdagavond omdat je zaterdag een bekerwedstrijd gaat spelen. De één weigerde naar de kinderdisco te gaan, terwijl de ander op tijd vertrok bij club van de kerk en maar heel even bij het prachtige kampvuur bleef. Eén van de jongens gaf zelfs aan dat hij zijn moeder op tijd naar beneden stuurde,  omdat hij wilde slapen om maar fit te zijn voor de wedstrijd.

Tja, het moet natuurlijk niet gekker worden. Maar om heel eerlijk te zijn, was ik er toch wel trots op zulke verhalen in de kleedkamer te horen. Wat een passie en gedrevenheid om verder te komen in het bekertoernooi. En ze wisten het allemaal nog. Die vorige bekerwedstrijd in Harderwijk was een wedstrijd uit duizenden geweest, waar ze nog elke dag aan terugdachten. En wat zou hun beletten om dit huzarenstukje nog een keer te herhalen. Uit de monden van alle spelers klonk dan ook eensgezind ‘Wij gaan winnen’ op de vraag van Benni wat ze vandaag van plan waren te gaan doen.

Vol goede moed en zelfvertrouwen begon het gezelschap aan de warming up. Helaas was Tim niet aanwezig. Nathan en Michel uit E2 vulden de spelersgroep aan. Michel was zelfs vrijdagavond laat pas op de hoogte gebracht, omdat Wouter niet fit bleek te zijn. Toch was Wouter, alhoewel met een enigszins wit hoofd, gewoon van de partij. Deze mannen uit Hasselt bleken hun mannetje te kunnen staan. En ook bij dit weer lieten zij zich niet uit het veld slaan. Terwijl ik spijt had dat ik mijn berenmuts niet op had gezet, vertrokken de jongens geen spier bij de gemene koude wind die over het veld heenjoeg. Zij wilden dit jaar nog één keer vlammen.

Beide ploegen hadden zich opgesteld. De strijd kon beginnen. Na het fluitsignaal doken beide ploegen op de bal. Zo te zien was DOS Kampen ook vastberaden de kerstvakantie met een overwinning in te gaan. Terwijl de spelers van Olympia hun positie bepaalden, lag de bal er  plotseling al in. Dat was niet de bedoeling. De jongens keken elkaar verdwaasd aan. Dat kon toch beter! Binnen dezelfde minuut meldde Tim zich via de Whatsapp. Alhoewel hij op flinke afstand was, leefde hij met zijn team mee met de aanmoediging ‘Zet ‘em op jongens!’ Opeens had ik het niet koud meer. Dit was nou net waarom ik zo gek was van E1. Het teamgevoel, de saamhorigheid voelde als een warme deken. Dit was ook iets wat eigenlijk al jarenlang kenmerkend was voor dit team. Er was nooit gedoe of gezeur. De sfeer was altijd geweldig. Het waren niet alleen teamleden, maar ook vrienden van elkaar. Op het veld, op school en in de vrije tijd. Meestal kwamen de jongens ook zatermiddag bij elkaar. Kijken naar het eerste elftal, soms stiekem snoep kopen bij de supermarkt, maar vooral om samen te voetballen. Zaterdag was voor hen de mooiste dag van de week. En samen streden ze dan ook voor een goede competitie en vandaag voor de beker. Het leek wel of de spelers in het veld doorhadden dat er zo werd meegeleefd. Ze gaven de moed niet op. Het spel golfde op en neer. Beide ploegen creëerden kansen. De strijd, zo kenmerkend voor de bekerwedstrijden, was nu pas echt losgebarsten. Na 6 minuten ontstond, door een mooie combinatie op links, de unieke kans op een gelijkmaker. Justin aarzelde geen moment en wist de 1-1 op het scorebord te brengen. Maar DOS Kampen gaf de moed niet op en schoot de 1-2 en vervolgens de 1-3 erin. Benni wisselde vaak. Dit kon, omdat het team nu over drie extra wisselspelers beschikte. Voor de jongens was het fijn om weer snel het veld in te gaan. Langs de lijn was het maar wat koud en de spirit om te winnen was genoeg aanwezig. Zo wist Achraf de stand op 2-3 te trekken. 

Tijdens de rust wist Benni het team te overtuigen dat ze nog volop meededen in de race. De strijd was er voldoende en de wil om te winnen straalde er nog van af. Het was tijd om de kansen te verzilveren. Duncan begreep de boodschap en wist de gelijkmaker op het bord te brengen. En zo ging de strijd gelijk op. Beide ploegen waren aan elkaar gewaagd. Wie van hen wist er met de zege vandoor te gaan. De spanning werd groter en groter. En toen was het alsof er met een speld in de ballon werd geprikt. DOS maakte handig gebruik van onnodig verlies van de bal in de 16 meter: 3-4. En tot overmaat van ramp scoorde de ploeg uit Kampen nog geen minuut later weer. 

De stand van 3-5 leek onoverbrugbaar. En toch kreeg Olympia enkele mooie kansen om de spanning weer terug te krijgen. De scherpte ontbrak echter. Het leek er niet meer in te zitten. De jongens hadden een prachtige strijd geleverd. Waren ver gekomen in de beker. Maar in de laatste wedstrijd van 2014 hadden ze hun Waterloo gevonden op eigen veld. Teleurgesteld, maar met opgeheven hoofden, verlieten de jongens het veld. Niet veel later, onder de douche, hadden ze alle narigheid alweer van zich afgespoeld. Ze waren druk bezig met oefeningen waar elke buikdanseres jaloers op zou zijn. Met golvende buiken kleedden ze zich tenslotte om. Ze waren alweer druk bezig met wie ze zouden gaan spelen en hoe laat ze elkaar weer zouden zien op de velden van Olympia. 

Uren later. Het was inmiddels avond geworden. Ons gezin zat gezellig op de bank voor de buis. We keken met z’n allen naar The Voice of Holland. Ja, ja ik weet het. Een dag te laat. Maar ja, dat moest wel. Vrijdagavond geen opblijfavond. Als je bij E1 speelt, dan ga je op tijd naar bed. Deugdelijke en leerzame programma’s werden wel opgenomen. En zo keken we al maandenlang op de zaterdagavond naar The Voice. Dit keer keek ik opgewekt mee. Het was immers de finale. Dat betekende dat ik aankomend half jaar gevrijwaard was om mee te kijken naar dit spektakel. (Later hoorde ik overigens dat The Voice Kids binnenkort van start zou gaan.)

Maar toen gebeurde het. Sjors van der Panne zong samen met Frank Boeijen. En ik weet niet wat het met jullie deed, maar ik kreeg er kippenvel van. En opeens begreep ik de titel van deze song. Ik dacht terug aan de wedstrijd van deze morgen. Aan al die jongens die voor deze wedstrijd geknokt hadden. Aan de week daarvoor, dat ze met hun gedachten al bezig waren de wedstrijd te spelen. Hoe ze in hun dromen als winnaar van het veld zouden gaan. Hoe ze toegejuicht zouden worden door hun ouders en het publiek. Hoe hun trainer ze enthousiast onthaalde en complimenten zou uitdelen. Dat ze vrijdagavond op tijd naar bed waren gegaan. En dat al deze hoop en al die roem binnen twee minuten uit elkaar waren gespat. In mijn hoofd zong ik het liedje nog de hele avond na. “Zeg Me Dat Het Niet Zo Is.” Maar ik wist dat Het Wel Zo Was. De droom om verder te bekeren was uit elkaar gespat. 

Maar, zoals gewoonlijk vergaat de wereld niet met het verliezen van een voetbalwedstrijd. Er blijft namelijk altijd hoop. En vooral met het kerstfeest voor de deur en een welverdiende vakantie voor al onze jongens heffen we alvast het glas voor een spetterend nieuw voetbaljaar.

Dick Bosch