De patatgeneratie

29-11-2014

29 november 2014

Amper een uur na de wedstrijd was het weer zover. Met een diepe zucht zette ik de vier overvolle boodschappentassen in de auto en sloeg de deur dicht. Nog even het karretje terugbrengen en dan naar huis waar het ritueel van uitpakken kon beginnen. Met het rammelende karretje voor me uitduwend zag ik één van de andere leiders van Olympia. Hij zeulde met twee zware boodschappentassen. We keken elkaar aan. Er viel een pijnlijke stilte. Zo, ook boodschappen aan het doen, vroeg ik zo luchtig mogelijk? Hij keek me enigszins vermoeid aan. Ik begreep het en voelde met hem mee. Een golf van sympathie ging door me heen. Ook hem was hetzelfde lot beschoren. Beiden dachten we waarschijnlijk hetzelfde. Terwijl onze jongens nog volop lol hadden in de kantine, andere ouders nog heerlijk aan de koffie zaten en stoere verhalen over ‘dat het vroeger allemaal beter was’ met elkaar deelden,...

...stonden wij hier op de parkeerplaats van één van de twee supermarkten die Hasselt rijk is. En we hadden zo graag nog even in de kantine gezeten of bij een wedstrijd gekeken. Het fenomeen boodschappen doen op de zaterdag had ons beiden in een stevige greep. Ik deed nog een poging. Weet je, het heeft ook voordelen, grijnsde ik. Zo kan je mooi zelf uitkiezen wat je wilt hebben. Hij klaarde zichtbaar op. Ja, inderdaad…bier en chips. Dat is wat een man nodig heeft! We lachten allebei net iets te hard. Beiden wisten we beter. En zoals alle mannen dat dan stoer tegen elkaar zeggen: ‘waarom zou hij het beter hebben dan ik’. Met die gedachte, vervolgden we onze lijdensweg. Het leek erop dat hij meer gebogen liep dan anders. Inmiddels had ik allang gezien dat zijn boodschappentassen gevuld waren met pakken melk, fruit en toiletpapier. Voorlopig kon hij fluiten naar zijn bier en chips, mompelde ik zachtjes terwijl ik het karretje in de rij aanschoof. 

En dan te bedenken dat ik een uur daarvoor nog in vuur en vlam op het veld stond. Op zichzelf al een gekke uitspraak want mijn voeten leken wel bevroren. Het voelde ijzig aan. Ook Benni had het steenkoud. Samen mopperden we over de onzin over de opwarming van de aarde. Vandaag voelde het in ieder geval niet zo. Gelukkig waren onze mannen niet door de kou bevangen, alhoewel het spel verfrissend was na de nederlaag van vorige week De jongens sloofden zich als vanouds uit. En dat was dan weer hartverwarmend om te zien. De vonk sloeg al over toen Justin na één minuut de bal achter de doelman van IJVV prikte. Ook hielp het dat we een tweede bak koffie kregen aangereikt. Wat een geweldige ouders hebben we toch. Was het niet de koffie, die werd gebracht dan was het wel de berichtgeving via de Whatsapp, die keurig werd verzorgd. In ieder geval konden we onze handen weer warmen. Ondertussen hield onze doelman van vandaag, Lars, de eerste bal klemvast in zijn handen. Wat een klasse dat hij het lef toonde om te keepen. De fysiotherapeut had hem verboden om te voetballen in verband met zijn liesblessure. Een creatieve geest had echter bedacht dat er geen verbod was uitgesproken over keepen. Nu Bas helaas ziek was, stond Lars daar als een rots in de branding in het doel. Uitschieten was geen optie en zo kregen Niels op links en Ruben op rechts herhaaldelijk de bal toegeworpen. Ook dit keer was de opbouw van achteren goed. Justin omspeelde handig zijn tegenstander en dook de vrije ruimte in op rechts. Vanuit zijn ooghoeken had hij al gezien dat Achraf razendsnel mee naar voren was gekomen. Justin trok de bal mooi voor. Helaas, Achraf miste de bal op een haar na. Niet veel later ontstond een vergelijkbare situatie. Opnieuw was het Justin, die op rechts de vrije ruimte vond en Duncan voorin wist te vinden. Duncan aarzelde geen moment. Dit keer was het wel raak: 2-0. Het was te zien dat het team op scherp stond. Mooie combinaties legden de mannen neer op het veld. Ze wisten elkaar goed te vinden. Het was prachtig om te zien dat elke speler zijn positie kende en wist wat zijn opdracht inhield. Zo ook Wouter, die als een soort stofzuiger achterin alle ballen wegpikte van de tegenstander. En dat was knap. Zijn directe opponent, een lange, technisch handige speler werd volledig aan banden gelegd. Wouter gaf hem geen centimeter en was fel op de bal. En zo stond iedereen in het veld. De ploeg was geconcentreerd en scherp. Zo wist Justin een vrije trap fraai te verzilveren: 3-0.

Toen Achraf even later hard op de keeper schoot, was het bijna weer raak. De keeper liet de bal los. De bal rolde langzaam op de doellijn af. De armen van Achraf gingen al de lucht in, maar de keeper wist nog net de bal op zo’n tien centimeter voor het doel weg te plukken. Even later knalde Niels de bal op het doel. Helaas, een afzwaaier. Maar daarna was het wel raak. In een schitterende combinatie schoot Duncan de bal naar Achraf. Die bedacht zich geen moment en schoot de bal in. Op dat moment was de stand 4-0. En niet veel later was het weer raak. Dit keer gaf Achraf de assist aan Duncan, die weer fraai afwerkte. De 5-0 was een feit. De spanning bleef echter ondanks de voorsprong. Ook toen Tim een lobje gaf en de bal de lat raakte, begreep het team dat er nog meer te halen viel. Niels wist tot enkele malen toe de tegenstander te verrassen met een fraaie sliding. De combinaties bleven mooi lopen en zo wisten Niels en Justin ook nog het net te raken. Uiteindelijk wist IJVV de eer te redden met een tegendoelpunt. De eindstand werd 7-1. 

Alle thuissupporters waren lovend over het spel en de fraaie uitslag. In al zijn enthousiasme trakteerde opa Arie de mannen op patat. En zo zaten onze jongens opnieuw even later in de kantine hun goudgele frieten te verorberen. De patatgeneratie had het weer voor elkaar. Ok, ze hebben dan wel last van keuzestress in deze tijd maar de wereld lag aan hun voeten.

Als ik ’s middags opnieuw in de rij van de supermarkt sta, vraag ik me toch echt af wat er mis is gegaan in mijn leven. Natuurlijk begreep ik echt wel dat als ik ’s morgens mijn kraskaarten vergeet mee te nemen, ik ’s middags opnieuw aan de beurt ben. En ik begrijp ook wel dat het toch echt wel heel erg sneu is als ik die gratis producten niet ophaal. Maar er begint wat te knagen als ik besef dat die jongens van ons ’s morgens al vrolijk aan de patat zaten en zich op dit moment alweer vrolijk uitleven op het voetbalveld. Die patatgeneratie heeft het toch aardig voor elkaar. Ik word pas echt droevig als ik opnieuw de leider zie, die ik vanmorgen ook al op de parkeerplaats van de supermarkt tegenkwam. We knikken elkaar lijdzaam toe. Ik vraag me af hoe onze generatie wordt genoemd. En terwijl ik daarover nadenk, weet ik één ding wel zeker. De emancipatiegolf uit de jaren ’60 en ’70 heeft diepe sporen nagelaten. 

Dick Bosch