De deal met Sinterklaas

08-12-2014

6 december 2014

Opnieuw werd ik vandaag geconfronteerd met mijn opvoeding uit de jaren ’60. Laat ik er niet omheen draaien. Ik was gewoon blij dat ik me vandaag – al was het nog met knikkende knieën –  vrij kon bewegen op de voetbalvelden van Olympia. Het idee dat er toch opeens weer plotseling hard op het raam werd gebonsd en het bijzondere gezelschap van Sinterklaas en zijn zwarte Pieten me zou overvallen op pakjesavond, hield me ook gisteravond weer bezig. De roe en het gevaar toch werkelijk in de zak te worden gestopt en afgevoerd te worden naar Spanje was nog altijd sluimerend in mijn gedachten aanwezig.

Als klein knulletje had ik al die gevaren overleefd. Men had, met name in een omgeving, waar het voor elk kind toch veilig moest zijn – de basisschool - , me toch vaak gewaarschuwd dat het met mij nog eens slecht zou aflopen. Ik zou voor galg en rad opgroeien. Dat perspectief werd mij in ieder geval vaak voorgehouden. Wat dat betekende wist ik echt niet, maar de toonzetting en de bijbehorende mimiek deden het ergste vermoeden. Vaak werd ik dan ook in de hoek gezet of moest ik op de gang me zien te vermaken. In de maanden voorafgaand aan het Sinterklaasfeest veranderde het onderwerp. Galg en rad maakten plaats voor roe en zak. En toen dan ook daadwerkelijk op 5 december de man met de lange baard met zijn verklede mannen ten tonele verschenen, zonk de moed mij in de schoenen. Het werd helemaal bar en boos toen de Sint mij naar voren riep en mij duidelijk maakte wat ik allemaal niet voor schade in het afgelopen jaar had aangericht. Dat dit toch echt ongepast was, werd mij duidelijk gemaakt door een dreigende roe en het feit dat de Pieten mij in een stinkende jutezak wilden stoppen. Om voor mij nog onduidelijke redenen mocht ik er echter altijd uit en mijn leven in Nederland voortzetten onder de dreiging dat ik me in het aankomend jaar voorbeeldig moest gedragen.

Dat ik dit alles overleefd heb en inmiddels ben opgeklommen tot leider van E1, is bijzonder. Ik ben er nog steeds dankbaar voor. Toen onze jongens allemaal in de kleedkamer aanwezig waren, slaakte ik dan ook een zucht van opluchting. Gelukkig, niemand die onderweg is naar Spanje. En natuurlijk weet ik het ook wel dat de tijden inmiddels veranderd zijn. De dreiging van een pak rammel met de roe en het ontvoeren van kinderen in een jutezak schijnen nu echt van de baan te zijn. Maar ja, die herinnering aan de jaren ’60 zijn diep verankerd in mijn herinnering en mijn geweten. Je moet het me maar niet kwalijk nemen.

Onze mannen schenen helemaal nergens last van te hebben. Ze babbelden breeduit over de cadeaus, die ze hadden gekregen. De mooie surprises, die ze zelf hadden gemaakt (lees: hun moeder) of hadden gekregen. Dat de meesten een nagemaakt voetbalveld en een bal met daarin een cadeau hadden gekregen viel niemand op. Opgewekt zaten de jongens even later te luisteren naar de aanwijzingen, die de trainer gaf. De tijden waren echt veranderd. De jongens waren niet meer bang en hadden geen last van een slecht geweten. Ze konden vrijuit voetballen. Toch baarde me één ding zorgen. Hun kleine oogjes verraadden een gebrek aan slaap. Natuurlijk was het laat geworden en had menigeen zich tegoed gedaan aan ladingen pepernoten, chocoladeletters en marsepein. Maar meteen verwierp ik de gedachte dat dit nadelig was voor het spel. Onze tegenstander van vandaag had uiteraard met hetzelfde probleem te kampen. De jongens uit Hattem hadden natuurlijk ook het Sinterklaasfeest gevierd, waren laat naar bed gegaan en hadden pepernotenbenen. Gerust stapte ik het veld op.

Die gerustheid smolt als sneeuw voor de zon al gauw weg. De combinaties liepen niet lekker. De passes waren net niet scherp. Hattem rook de kansen en wist na zo’n tien minuten het eerste doelpunt te scoren. Het werd toch echt tijd om wakker te worden en de Sinterklaasmoeheid van ons af te schudden. Een mooie combinatie op de rechterkant van het veld zorgde ervoor dat Duncan de bal fraai kon afronden. De stand was weer gelijk. Hoop gloorde aan de horizon. Het moest toch lukken om Hattem dit keer wel te verslaan. Het tegendeel gebeurde echter. Een verdedigingsfout zorgde ervoor dat we met 1-2 achter kwamen. Toen het niet veel later 1-3 werd, vervloog ook de hoop op een positief resultaat. Het contrast met de wedstrijd van vorige week was te groot. Toen wisten we met flair, doorzettingsvermogen en technisch hoogstaand spel de winst in de wacht te slepen. Dit keer ontbrak het gewoonweg daaraan.

Hoe konden we zo mat spelen? Hattem moest toch ook last hebben van het Sinterklaasvermoeidheidssyndroom? Toch oogden de spelers van Hattem frisser. Het leek er net op alsof zij geen last hadden van het laat naar bed gaan. Plotseling kwam er een slechte gedachte naar boven. Hier moest sprake zijn van fraude en bedrog. Het kon gewoon niet anders. Had Sinterklaas mij ook niet als kleine jongen mijn tere ziel beschadigd door te dreigen met de roe en de ontvoering naar Spanje? En opeens had ik het door. Sinterklaas zat hier achter. En natuurlijk moet ik zeer voorzichtig zijn met mijn beweringen in deze tijd waar de zwarte Pietendiscussie actueel is en nog jaren gaat duren. Maar toch. Ik kreeg toch echt het gevoel dat Hattem een deal had afgesloten met Sinterklaas. Het kon gewoon niet anders. Zij hadden vast afgesproken dat hun pakjesavond een dag later zou plaatsvinden. Niet op vrijdag- maar op zaterdagavond. De spelers zouden fit aan de start verschijnen en geen last hebben van vermoeidheid en een te hoge concentratie aan suikers. Dat was het. Sinterklaas zou op de valreep van zijn vertrek uit Nederland nog even Hattem bezoeken en hen verblijden met zijn cadeaus. En zo was ons verlies toch weer logisch te verklaren. Het lag niet aan ons. Het lag aan Sinterklaas. Opnieuw was mijn vertrouwen in de Goedheiligman beschadigd.

Dick Bosch

MEER NIEUWS